Roodscheenzandbij
Andrena ruficrus
Het vrouwje valt op door de gedeeltje oranjeachtig gekleurde achterpoten in combinatie met het bruin behaarde borststuk en het zwarte achterlijf.
Lengte: vr 11-13 mm; m 7 mm
vrij zeldzaam
 
Volledige tekstt en foto's
 
 
 
Vrouwtje: met een bruin behaard borststuk, een zwart en dun behaard achterlijf en met gedeeltelijk roodgekleurde achterpoten; gezicht is wittig behaard.
Mannetje: donker grijsbruin, de kop gedeeltelijk met wit behaard; bovenkant achterlijf dof.
Vliegperiode: maart-mei
Habitat: open bossen, natte tot vochtige heide en randen van vennen; voornamelijk zandgronden in de oostelijke helft van het land.
Nesten: nestelt in open grond tussen lage vegetaties
Bloembezoek: kruipwilg; naar Westrich (1989) ook op andere wilgen zoals geoorde wilg, grauwe wilg en boswilg. Qua milieu past geoorde wilg het meest bij het habitat van deze bij.
Voorkomen in Nederland: vrij zeldzaam tot zeldzaam.
Beheer: successie bij de nestplaatsen voorkomen
 
Vrouwtjes roodscheenzandbij Terug
--- Terug
  Terug