Over deze database/website Terug naar handleiding

Deze database/website gaat over bijen en hun planten en beheer. Oorspronkelijk waren dat drie afzonderlijke websites die via Google met elkaar waren verbonden. In de naaste toekomst is dat niet meer gewenst of niet meer toegestaan in verband met  veiligheid van de bezoeker. Ruim 6000 links zijn al aangepast. Dat gaat nog een aantal maanden door. Daardoor zal steeds een aantal linken niet werken. Dat kan haast niet anders.

Deze database is gemaakt voor hoveniers, groenbeheerders, opleidingen voor deze beroepen. en tuinbezitters.
De kaartjes naast de foto’s van de bijen, zijn voor het grootste deel afgeleid van Peeters et al 2012, van een aantal rapporten van inventarisaties, eigen inventarisatie in ruim 25 gemeenten en losse waarnemingen van de auteur in het hele land. De officiële verspreidingskaartjes in het boek ‘De Nederlandse bijen (Peeters et al 2012), zijn verdeeld in hokken van 5x5 km. Voor de wetenschap is dat zeer belangrijk. Door deze gestandaardiseerde indeling zijn kaartjes die in verschillende periodes ( bijv. om de 25 jaar) zijn samengesteld met elkaar te vergelijken. Aan de hand van deze kaartjes kan worden nagegaan of soorten toe- afnemen of gelijk blijven.
Bij de kaartjes in deze database gaat het om de vraag welke bijen er in een gebied voorkomen . De exacte verspreiding is hierbij is niet zo belangrijk. Als habitats aan de eisen van de bijen voldoen, zal een aantal van deze bijensoorten zich gaan vestigen in een tuin of ander groen landschapselement. Dat kunnen er enkele zijn, maar ook tientallen.
De afstand tussen de plekken waar de bijen voorkomen en de plekken die we bijenvriendelijk maken kan een barrière zijn. In Nederland moeten barrières voor wilde bijen worden gerelativeerd. De steden Sneek en Leeuwarden die ten opzichte van bijenhabitats zeer ongunstig liggen, zijn hier een voorbeeld van. Zie verder 'Factoren die het voorkomen van bijen bepalen'.
De plekken waar wilde bijen zijn waargenomen, zijn globaal aangegeven. Een asterisk ( * ) kan betrekking hebben op een enkele waarneming van slechts één bij in een 5x5 km-hok, maar ook op een talrijk voorkomen van wilde bijen in 1 tot ca. 6 hokken.
Waar het in de praktijk om gaat is op welke planten vliegen deze bijen. Algemeen voorkomende bijen zullen sneller worden aangetrokken dan zeldzame bijen. In principe hoeven we hier niet al te veel rekening mee te houden. Het overgrote deel van de planten voor zeldzame bijen wordt vrijwel altijd ook door andere wilde bijen en bloembezoekende insecten bezocht.
De indeling van gebieden op de kaartes zijn globaal en gebaseerd op landschap, streek en grondsoort. Om een indruk te krijgen van de kansen van vestiging van wilde bijen worden per gebied steeds de grondsoorten globaal genoemd. Dat zijn onder meer zand, veen, klei, löss, zavel. Op zware klei- en op veengronden, komen in het algemeen veel minder wilde bijen voor dan op lichtere gronden.
Per provincie zijn in principe geen grenzen voor gebieden en steden aangegeven. Ecologisch is zo’n grens moeilijk vast te stellen. De kaartjes zijn alleen bedoeld om een indruk te krijgen welke bijen in een gebied, of in de wijde omgeving van een tuin of andere bloemrijk landschapselement voorkomen. Voor gedetailleerde verspreidingskaartjes wordt verwezen naar Peeters et al, ( 2012).