Bosbloedbij
Sphecodes ephippius
In het veld niet of nauwelijks van andere soorten te onderscheiden. Bovenkant borststuk en voorhoofd vrij dicht gepunteerd en met glanzende tussenruimte.
Lengte: m 5-8 mm; vr 6-8 mm
Vrij algemeen
 
Volledige tekstt en foto's
 
 
Foto links: wikipedia
Vrouwtje: voorste deel van het eerste achterlijf segment kort en dun en kort behaard, korter dam bij de meeste andere soorten.
Mannetje: met viltvlekjes aan de voorkant van de antenneleden.
Vliegperiode: april september.
Habitat: kruidachtige vegetaties op zandige tot lemige bodems langs bosranden.
Nesten: parasiteren bij verschillende groefbijen (Halictus en Lasioglossum)
Bloembezoek: naar Westrich (1989): boswilg, gewone berenklauw, gewoon duizendblad, klein hoefblad, kruldistel, muizenoor, paardenbloem, peen, struikhei, voorjaarsganzerik, witte honingklaver,
Voorkomen in Nederland: vrij algemeen in de oostelijke helft en het zuidwesten van het land
Beheer: bosranden beheer, zorgen voor zoveel mogelijk bloemrijke kruidachtige vegetaties. Niet klepelen en maaisel afvoeren.
 
 
Bosbloedbij (vr) Terug
 
Bosbloedbij (m)---- Terug
 
Bosbloedbij (vr) Terug